| Full screen |

Wapenschilden van de Ridders van het Gulden Vlies

Vliesridders op bezoek
 
In mei 1456 kwamen de ridders van de Orde van het Gulden Vlies in Den Haag bijeen voor hun negende kapittelvergadering. Hertog Filips de Goede van Bourgondië had de orde in 1430 in Brugge gesticht naar het voorbeeld van onder meer de Orde van de Kousenband (1348). Praemium non vile laborem (de beloning voor zware arbeid is niet gering) luidde het devies waarmee de hertog – tevens graaf van Holland – zich verzekerde van de trouw van zijn ridders. Tegen niet-volgzame ridders kon streng worden opgetreden.
 
De versierselen van de ridderorde zijn een keten van vuurslagen, afgewisseld door met email versierde vuurstenen met een gouden ramsvacht dat verwijst naar de tocht van Jason en zijn Argonauten, een verhaal uit de Griekse mythologie dat een tegenhanger heeft in de geschiedenis van Gideon uit het boek Richteren.
 
Iedere ridder bracht een eigen wapenbord mee en dat kreeg na afloop van het kapittel een plaats in de Grote Kerk. De borden hangen nog steeds, 34 in getal, in de tweede travee van de noordelijke en zuidelijke muur. Het bord van hertog Filips zelf hangt aan de zuil tegenover de preekstoel. Daarop de titels van de tres haut et tres excellent et tres puissant prince Philippe en zijn devies Aultre n’auraij (een andere orde heb ik niet).
 
Op enkele van de ridderborden staat de toevoeging trepasser (overleden). Een van de borden vermeldt de tekst dat ridder Pedro de Cordona, graaf van Golizenne, dood was aangetroffen door degenen die hem het ordeteken kwamen overhandigen.
 
In de stad waar het kapittel bijeenkwam, werden kerkdiensten gehouden en waren er vergaderingen waarbij nieuwe ridders werden geslagen, overleden ridders werden herdacht en andere lopende zaken werden afgehandeld. De orde bestaat nog steeds. Er is een Spaanse en een Oostenrijkse tak.
Keizer Karel V, die als nazaat van hertog Filips een eeuw later soeverein van de orde was, staat op het Keizer Karelraam afgebeeld met de keten van het Gulden Vlies om de hals.
 
Behalve de ridderborden hangen in de kerk ook zes zeer oude houten wetsborden, daterend van 1591, waarop de toespraak van Mozes (uit het boek Deuteronomium) waarin hij de gevolgen noemt van gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid van het volk Israël aan de geboden.