Preekstoel

Slachtoffer: het oude Jacobusbeeld
 
De zeszijdige eikenhouten preekstoel, een zijde tegen een kolom bij het koor, geldt als een van de belangrijkste voorbeelden van houtsnijwerk van de noordelijke renaissance. Elk van de vijf zichtbare zijden toont een fraai paneel van respectievelijk de vier evangelisten en Johannes de Doper. De maker is vermoedelijk Colijn de Nole, een begaafde beeldhouwer uit Cambrai (Kamerijk) in Noord-Frankrijk. De preekstoel dateert van 1550, dus van vóór de reformatie.
 
In de voet ziet men vrouwelijke wezens met saterkoppen en bokkenpoten die als het ware de kuip dragen. In de panelen de voorstellingen die een enorme ruimtelijke werking hebben. De evangelisten zijn herkenbaar aan hun symbolen: op de deur Mattheus met de engel, Marcus met de leeuw, Lucas met de stier en Johannes met de adelaar. Op het middelste paneel een voorstelling van Johannes de Doper temidden van een groep mensen, de doop in de Jordaan voorstellend. Op het rugpaneel, tegen de zuil aan, houdt Mozes de wetstafelen vast.
 
De overhuiving, ook wel het klankbord geheten, is een kunstig geheel met vijf naar beneden kijkende koningsfiguren. De bekroning, een zeskantig koepeltje waarop een rond tempeltje en een vergulde bol, is niet origineel. Hier heeft waarschijnlijk het beeld van Sint Jacobus, de beschermheilige van de stad en de kerk, gestaan. Mogelijk is het beeld het slachtoffer geworden van de beeldenstorm (die door tijdige voorzorgsmaatregelen in de Grote Kerk overigens niet al te veel schade heeft aangericht).
 
De preekstoel is ruim twintig jaar door katholieke geestelijken gebruikt, daarna gedurende ruim vier eeuwen door hervormde predikanten. Het was na de hervorming de gewoonte dat elke nieuwe predikant in Den Haag hier zijn intredepreek hield en ook afscheid nam van de gemeente.