Monument ds. Dirk Arie van den Bosch

Een dominee die zijn mond niet kon houden
 
Een van de stille monumenten in de Grote Kerk, een witte figuur van een zaaiende vrouw van de Haagse beeldhouwer Dirk Wolbers, is het gedenkteken voor ds. Dirk Arie van den Bosch, die in de Tweede Wereldoorlog in kamp Amersfoort is gestorven. Onder het beeld de tekst: ‘Die met tranen zaaien zullen met gejuich maaien’.
 
Van den Bosch, geboren in een boerengezin in Hazerswoude, werd in 1910 bevestigd in de dorpskerk van Nieuw-Vennep. Na gediend te hebben in Stedum, wordt hij in 1916 beroepen als hervormd predikant in Den Haag. Hij werkt vooral in Transvaal, waar hij de drijvende kracht is achter de bouw van de Julianakerk in de Kempstraat. Hij geniet landelijke bekendheid door zijn manier van preken voor de NCRV-radio.
 
In de oorlog schrijft Van den Bosch, op verzoek van een uitgever, een boekje dat waarschuwt tegen alles dat in strijd is met Gods woord. Hij legt daarin ook verband met de mysterieuze symboliek van het boek Openbaringen. Begin november 1940 komt zijn boek uit met als titel: ‘666, het getal eens menschen’. De Duitsers beschouwen het als een aanval op Hitler – 666 is het getal van de duivel – ze vrezen het gesproken woord en zoeken een aanleiding om de populaire Haagse dominee op te kunnen pakken. Op 11 december 1940 wordt Van den Bosch thuis opgehaald door de bezetter en naar het Oranjehotel, de gevangenis in Scheveningen, afgevoerd. Hij mag zo nu en dan zijn familie zien en smokkelt brieven, via getrouwe bewakers, naar zijn huis. Hij wordt regelmatig verhoord.
 
Op 28 oktober 1941 gaat de dominee op transport, met de trein van het station Staatsspoor (nu Centraal Station) naar het ‘Polizeiliches Durchgangslager’, het kamp Amersfoort. Hij noemt het zijn ‘laatste gemeente’.
 
Buiten het werk in het kamp om geeft dominee Van den Bosch, samen met zijn Rotterdamse collega Rutgers in het geheim catechisatie, bijbelbesprekingen en op zondag is er ‘kerk’. Hij steunt zieken en bidt mee met stervenden.
 
In maart 1942 wordt hij zelf ziek en hij overlijdt aan dysenterie juist voor het ochtendappèl op de 20e van die maand. Het nieuws van zijn overlijden gaat als een lopend vuurtje over de appèlplaats. Hij wordt begraven in ‘Rusthof’ in Amersfoort. Op 29 maart wordt in alle Haagse kerken aan het begin van de dienst een korte herdenking voor deze moedige dominee gehouden.
 
Onder het gedenkteken staat een tekst uit de brief van Paulus aan de Filippenzen: ‘Ik wil dat gij weet broeders dat hetgeen aan mij is geschied meer tot bevordering van het Evangelie gekomen is’. Ds. Straatsma die bij de onthulling van het monument een preek hield over deze tekst, zei onder meer: “Men zegt weleens dat een lastig gebrek van een dominee is, dat hij zijn mond niet kan houden. Hier is dan een dominee die gestorven is en nog zijn mond niet houdt. Zo lang deze kerk blijft staan zal hij het hier door deze gewelven herhalen: ‘Ík wil dat gij weet, broeders…’