| Full screen |

Graven

Hier leyt begraven
 
Bij een rondgang door de kerk struikelt men soms over de grafstenen die vooral in de vloer van de kooromgang zijn geplaatst. Maar ook in de pilaren en wanden van de kerk komt men een aantal gedenkstenen tegen. Hier een overzicht van de meest opmerkelijke.
 
Boven de magistraatsbank is een epitaaf met een Latijnse grafschrift waarin Barbara Duyck, in 1628 op 24-jarige leeftijd overleden, wordt herdacht. “Ik …. bid mijn voortreffelijke en edele echtgenoot Dudlei Carleton een lange reeks van jaren toe, die tegelijk zijn en mijn jaren zijn”, luidt de tekst. Carleton was Engels gezant in Den Haag en pleitbezorger tegen de remonstranten (dus tegen Van Oldenbarnevelt).
 
In de Noorderkapel is een groot epitaaf waarop namen staan te lezen van leden van de familie Van Hogendorp die vanaf 1632 tot 1765 in deze kapel begraven zijn. Het familiewapen bekroont de steen. Daarbij ook twee Latijnse spreuken: Ne Iupiter quidem omnibus (Zelfs Jupiter kan het niet ieder naar de zin maken) en Sic transit gloria mundi (Zo gaat ’s werelds roem voorbij). Onder aan de steen staat vermeld: “Men soekt de doot te ontvlien om datse het leven blust. Het leven is een droom, de doot het bedt van Rust”. Van de beroemdste Van Hogendorp, Gijsbert Karel, die deel uitmaakte van het driemanschap van 1813 en de grondwet van 1814 voor de nieuwe monarchie hielp opstellen, vindt men het graf op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan in Den Haag.
 
Even verderop, in de muur van de kooromgang onder het Kanunnikenraam, is de toegang tot de grafkelder van Cornelis Nobelaer, heer van Grijsoord, en Anna van der Wiele. Tegen een pilaar links op het koor hangt de gedenkplaat voor de geleerde Theodorus Graswinckel, ridder van San Marco en heer van Holy, stammend uit een patriciërsgeslacht te Delft. Nemo ignavia factus immortalis (Niemand is door luiheid onsterfelijk geworden) luidde zijn devies en het staat vermeld boven een opsomming van zijn verdiensten. Als advocaat-fiscaal diende hij de staat tijdens de vredesonderhandelingen in Munster, zijn geschriften gaven hem roem tot in Venetië en hij stond bekend om zijn menslievendheid. Zijn onvermoeibare, zelfs nachtelijke arbeid ondermijnden zijn gestel. Hij stierf na een beroerte in 1666 in Mechelen. De gedenksteen is van Rombout Verhulst.
 
Constantijn en Christiaan Huygens staan vermeld op een steen onder het Keizer Karelraam. Vader Constantijn (1596-1687) diende drie prinsen van Oranje als secretaris en was bekend als dichter en ijveraar voor kerkorgels. Hij ontwierp de Zeestraat naar Scheveningen (nu de Scheveningseweg). Hofwijck in Voorburg was zijn geliefde verblijfplaats. Zoon Christiaan (1629-1695) was een groot wis- en natuurkundige en bouwde onder meer het slingeruurwerk, waarvoor hij gebruik maakte van de toren van de Oude Kerk in Scheveningen. De steen is in 1857 geplaatst, nadat de historicus Schinkel het een schande had genoemd dat aan de Huygensen – de grafkelder van de familie lag in het koor – nog geen gedenkteken was gewijd.
 
Tegen een pilaar rechts op het koor vindt men het grafschrift voor Maria Magdalena, echtgenote van de Franse gezant Benjamin Aubéry Maurier en “de allerliefste en zeer godvruchtige moeder van elf kinderen”. Samen met haar twee oudste kinderen overleed zij op 35-jarige leeftijd in 1620. Aubéry heeft geprobeerd Van Oldenbarnevelt van de dood te redden en Hugo de Groot uit zijn gevangenschap te bevrijden.
 
Aan de zuidelijke muur, even buiten het koorgedeelte, is er een grafschrift in het Nederlands waarop de namen staan vermeld van Barbara van Panhuys, echtgenote van Gaspar van Vosberghen, gedeputeerde van Zeeland in de Staten-Generaal; voorts van hun dochter Barbara, 22 jaar oud, hun zoon Gaspar, onder meer ambassadeur in Venetië en drost en kastelein te Maartensdijk, 30 jaar oud, en hun zoon Louis, eveneens drost te Maartensdijk. 
 
In de westelijke muur, rechts naast het orgel, de gaaf bewaarde grafzerk van Gherard van Randenrode van der Aa, daterend uit 1600. Toen in 1795 de patriotten de familiewapens van de zerken verwijderden, bleef deze zerk onbeschadigd omdat de nakomelingen haar listig omdraaiden. De overledene is liggend uitgebeeld, gekleed in volle wapenrusting. Daarboven zijn wapen met acht kwartieren.
 
Misschien wel de oudste grafsteen is ingemetseld in de korte wand bij de ingang naar de Van Assendelftkapel. De steen zou afkomstig zijn uit de Kloosterkerk en dateren uit 1505. Hij herinnert aan ene Aechte, Klaas Rijcken's dochter, echtgenote van Jan de Weestvalinck:
 
ANO XVc-EN V OP TE EERSTE DACH
IN OCTOBER STARF AECHTE CLAES
RIJCKEN DOCHT JAN DE WEEST
VALINCK WIJF WAS BIDT VOER
HAER ZIEL
 
Anno 1500 en 5, op de eerste dag
in oktober, stierf Aagte, Klaas
Rijckens dochter, Jan West
valinck’s wijf was, bid voor
haar ziel.